Ontbinding op verzoek situatief arbeidsongeschikte werkneemster

In de rechtspraak is geoordeeld dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap in beginsel verplicht

Lees meer

Ontbinding op verzoek situatief arbeidsongeschikte werkneemster

13 augustus 2020

In de rechtspraak is geoordeeld dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap in beginsel verplicht is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van een slapend dienstverband onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding. De verplichting van de werkgever om mee te werken aan de beëindiging van het dienstverband geldt alleen geldt de werknemer door ziekte, die ten minste twee jaren heeft geduurd, niet meer in staat is de bedongen arbeid te verrichten en terugkeer op de werkvloer niet binnen afzienbare tijd te verwachten is.

Een werkneemster, die situatief arbeidsongeschikt was, verzocht de kantonrechter om haar werkgever te veroordelen de arbeidsovereenkomst tussen partijen op te zeggen onder toekenning van een transitievergoeding. Volgens de werkneemster moet een geval van situatieve arbeidsongeschiktheid na de duur van de verplichte loondoorbetaling worden gelijkgesteld met een slapend dienstverband. Het UWV heeft geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen aan de werkneemster, omdat zij niet meer ziek of arbeidsongeschikt was. De kantonrechter stelde vast dat geen sprake was van een slapend dienstverband, zodat de werkgever niet verplicht is om mee te werken aan beëindiging van het dienstverband en niet verplicht is om een transitievergoeding te betalen. De kantonrechter ziet geen reden om te oordelen dat een situatie van situatieve arbeidsongeschiktheid moet worden gelijkgesteld aan een slapend dienstverband.

De arbeidsovereenkomst kan op verzoek van de werknemer worden ontbonden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

De kantonrechter heeft het verzoek van de werkneemster om ontbinding van de arbeidsovereenkomst toegewezen. De werkneemster wenste kennelijk geen voortzetting van de arbeidsrelatie. Dat is een omstandigheid die meebrengt dat de arbeidsovereenkomst behoort te eindigen. De werkgever is niet veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBNHO20205545, 8244166 AO VERZ 19-110 | 13-08-2020

Het laatste nieuws

Rentetoerekening aan oudste schuldigerkenning voorkomt fictieve verkrijging

3 september 2026

Een man schenkt zijn zoon tweemaal € 100.000 via schuldigerkenningen, waarover hij jaarlijks 6%

Lees meer

Terugbetaling van kapitaal moet vooraf zijn geregeld, niet achteraf

3 september 2026

In 2019 laat een directeur-grootaandeelhouder zijn werkmaatschappij € 116.324 uit de agioreserve op

Lees meer

Wie een vordering afwaardeert, moet eerst bewijzen dat die bestaat

3 september 2026

Een afwaardering van een vordering begint niet bij de vraag of de lening zakelijk is, maar bij het

Lees meer

Vergoeding voor ERE-certificaten is geen loon

3 september 2026

Vanaf 2026 kunnen particulieren met een elektrische auto onder bepaalde voorwaarden een vergoeding

Lees meer