Creatief argument tegen box 3 strandt

Een belastingplichtige betoogt dat de box 3-heffing ongeldig is, omdat de wet geen expliciet

Lees meer

Creatief argument tegen box 3 strandt

13 augustus 2026

Een belastingplichtige betoogt dat de box 3-heffing ongeldig is, omdat de wet geen expliciet genietingsmoment bevat. Hij betoogt dat zonder wettelijke bepaling die vastlegt wanneer het inkomen wordt genoten, het niet kan worden belast. De rechtbank verwerpt dit argument. Het genietingsmoment zit besloten in de peildatum van 1 januari. Een afzonderlijke bepaling is niet nodig.

Fors vermogen in onroerend goed

De man doet aangifte inkomstenbelasting 2021 met een box 3-inkomen van ruim dertigduizend euro. Zijn bezittingen bestaan voornamelijk uit onroerende zaken ter waarde van bijna 3,4 miljoen euro, aangevuld met bank- en spaartegoeden en een aandelenportefeuille. Na aftrek van schulden resteert een rendementsgrondslag van ruim negenhonderdduizend euro. De aanslag wordt conform de aangifte opgelegd. Toepassing van de Wet rechtsherstel box 3 leidt niet tot een lager voordeel.

Ontbrekend genietingsmoment?

De man gaat in beroep met een opmerkelijk argument. Voor box 1-inkomen bepaalt de wet expliciet wanneer dat inkomen wordt genoten. Voor box 3 ontbreekt zo'n bepaling. De man betoogt dat zonder wettelijk vastgelegd genietingsmoment de heffingsgrondslag onduidelijk is en het inkomen niet kan worden belast. Hij beroept zich op het Europese eigendomsrecht, het EU-Handvest en diverse rechtsbeginselen zoals het legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel.

Peildatum is het genietingsmoment

De rechtbank maakt korte metten met dit betoog. Uit de wet volgt dat inkomstenbelasting wordt geheven over het in een kalenderjaar genoten inkomen uit sparen en beleggen. Dat inkomen wordt forfaitair bepaald naar de grondslag per 1 januari van het kalenderjaar. De heffingsgrondslag is daarmee duidelijk. Een afzonderlijke bepaling voor het genietingsmoment is niet nodig. De rechtbank vindt steun in het Kerstarrest, waarin de Hoge Raad oordeelde dat het forfaitaire stelsel ertoe strekt belasting te heffen over door de belastingplichtige genoten inkomen. De Hoge Raad achtte een afzonderlijk genietingsmoment niet vereist.

Handvest niet van toepassing

Het beroep op het EU-Handvest faalt eveneens, maar om een andere reden. De Wet IB 2001 beoogt geen Unierecht uit te voeren. Daardoor is het Handvest in deze zaak niet van toepassing en kan de man er geen beroep op doen.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2026:18709 | 01-07-2026

Het laatste nieuws

Zelfstandigenwet biedt meer duidelijkheid voor zzp’ers

2 oktober 2026

De Zelfstandigenwet, die naar verwachting in januari 2028 in werking treedt, heeft als doel om meer

Lees meer

Btw op verdedigingskosten bij corruptieonderzoek is aftrekbaar

1 oktober 2026

Een internationale moedermaatschappij schakelt advocaten en adviseurs in wanneer autoriteiten in het

Lees meer

Bedrijf met kleine winsten blijft een onderneming

1 oktober 2026

Een man is vennoot in een vof die akkerbouw bedrijft. De inspecteur vindt het bedrijf te klein en rekent

Lees meer

Wtta: nieuwe regels voor het uitlenen van personeel

1 oktober 2026

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) bepaalt dat bedrijven alleen nog

Lees meer