Inkomensafhankelijke combinatiekorting en co-ouderschap

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een aanvullende heffingskorting voor ouders die arbeid en

Lees meer

Inkomensafhankelijke combinatiekorting en co-ouderschap

4 februari 2021

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een aanvullende heffingskorting voor ouders die arbeid en zorg voor kinderen combineren. Recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting is er voor de belastingplichtige op wiens adres in een kalenderjaar ten minste zes maanden een kind staat ingeschreven dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt. In het geval van co-ouderschap, waarbij beide ouders niet samenwonen maar de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen, hebben beide ouders recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting, ondanks dat het kind slechts bij een van de ouders kan staan ingeschreven.

In de Uitvoeringsregeling Inkomstenbelasting is bepaald dat voor de toepassing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting een kind, dat niet op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven, beschouwd wordt op hetzelfde woonadres te staan ingeschreven als het kind doorgaans ten minste drie hele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijft. Ook als de ouders de zorg voor het kind gelijkelijk verdelen in een ander duurzaam ritme dan drie dagen per week in ieder huishouden hebben beide ouders recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. In de toelichting op de Uitvoeringsregeling is vermeld dat aan de eis van ten minste drie hele dagen is voldaan als het kind 3 x 24 uur in de week bij de belastingplichtige verblijft en de overige dagen van de week doorgaans bij de andere ouder.

De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Den Haag over de inkomensafhankelijke combinatiekorting vernietigd. Het hof was van oordeel dat het door de belastingplichtige overgelegde verblijfschema voldeed aan het criterium van ten minste drie hele dagen per week. Dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Het kind verbleef de ene week van woensdagochtend tot donderdagavond en van zaterdagochtend tot maandagochtend bij de belanghebbende. De andere week was het kind van woensdagochtend tot donderdagavond bij de belanghebbende. Het kind stond ingeschreven bij de andere ouder. Het schema voldeed niet aan de eis dat beide ouders de zorg voor het kind gelijkelijk verdelen. Het aantal uren dat het kind bij de ene ouder verbleef verschilde teveel van het aantal uren dat het kind bij de andere ouder verbleef. De belanghebbende in deze procedure had geen recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR2021142, 20/01427 | 28-01-2021

Het laatste nieuws

Turboliquidatie biedt geen bescherming tegen navordering ab-heffing

16 juli 2026

Een vrouw houdt 20% van de certificaten in een holding. De werkmaatschappij wordt geturboliquideerd en de

Lees meer

Vestiging tweede hypotheek is aanleiding voor aansprakelijkheid voor belastingschuld

16 juli 2026

Een holding en haar dga worden aansprakelijk gesteld voor een btw-schuld van een dochter-bv van de

Lees meer

Aftrek geweigerd omdat huurovereenkomst niet aan eisen voldoet

16 juli 2026

Een ondernemer huurt sinds 2016 een aantal bedrijfsruimtes in een pand. De verhuurder brengt btw in

Lees meer

Blind investeren in handelsbot kost ondernemer aftrek

9 juli 2026

Een ondernemer investeert ruim € 60.000 in een handelsbot die maandelijks 10 tot 20% rendement zou

Lees meer