Wet excessief lenen doorstaat eerste toets

Een dga leent ruim zeven ton van zijn eigen bv. Het bedrag boven de wettelijke drempel van € 700.000

Lees meer

Wet excessief lenen doorstaat eerste toets

23 juli 2026

Een dga leent ruim zeven ton van zijn eigen bv. Het bedrag boven de wettelijke drempel van € 700.000 wordt belast als fictief regulier voordeel. De dga vindt dit in strijd met het Europese eigendomsrecht en het discriminatieverbod. Waarom telt een zakelijke lening even zwaar als een onzakelijke lening? Rechtbank Den Haag verwerpt alle bezwaren. De wetgever mocht kiezen voor een eenvoudige regeling die alle leningen gelijk behandelt.

Schuld groeit snel

De dga houdt alle aandelen in een bv. Zijn rekening-courantschuld aan de vennootschap groeit van ruim € 5.000 in 2017 naar bijna € 600.000 eind 2022. In 2023 loopt de schuld verder op tot € 786.278. Per 1 januari 2023 is de Wet excessief lenen in werking getreden. Die wet bepaalt dat schulden aan de eigen bv boven de drempel van € 700.000 worden belast als fictief regulier voordeel in box 2. Het bovenmatige deel bedraagt € 86.278. Na verdeling met zijn fiscale partner wordt € 75.127 bij de dga belast tegen het aanmerkelijkbelangtarief.

Beroep op grondrechten

De dga stelt dat de heffing in strijd is met het Europese eigendomsrecht. Hij voert aan dat de wetgever ten onrechte geen onderscheid maakt tussen zakelijke en onzakelijke leningen. Een lening met zakelijke voorwaarden en zekerheden zou anders behandeld moeten worden dan een informele schuld zonder aflossingsschema. Daarnaast vindt de dga de heffing disproportioneel, omdat deze een radicale wijziging vormt die zonder overgangsrecht is ingevoerd. Tot slot beroept hij zich op het discriminatieverbod en stelt hij dat de heffing het draagkrachtbeginsel schendt.

Beschikking over gelden is doorslaggevend

De rechtbank verwerpt alle stellingen. De heffing heeft een wettelijke basis, dient een legitiem doel en respecteert de vereiste balans tussen individueel en algemeen belang. Het doel van de wet is om uitstel en afstel van belastingheffing door dga's tegen te gaan. Daarbij is doorslaggevend dat de dga op enig moment de beschikking heeft gehad over het geleende bedrag. Of de lening zakelijk of onzakelijk is, doet er niet toe. De wetgever heeft bewust gekozen voor een eenvoudige regeling waarin alle leningen, behalve de eigenwoningschuld, gelijk worden behandeld. Die keuze is niet onredelijk.

Vijf jaar anticipatietijd

De rechtbank oordeelt verder dat de heffing niet disproportioneel is. De wetgever heeft de maatregel al in september 2018 aangekondigd, zodat dga's ruim vijf jaar de tijd hadden om hun schuldpositie af te bouwen. Bovendien kan een dga die later aflost het eerder belaste bedrag verrekenen als een negatief regulier voordeel en is de drempel € 200.000 hoger vastgesteld dan oorspronkelijk beoogd. Bij deze dga speelt terugwerkende kracht bovendien niet. Zijn schuld steeg pas in 2023 boven de drempel. Het beroep is ongegrond.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2026:18507 | 01-07-2026

Het laatste nieuws

Wetsvoorstel Wet Fiscale stimulering start-ups en scale-ups

16 september 2026

Start-ups en scale-ups hebben vaak niet de financiële middelen om werknemers een concurrerend salaris te

Lees meer

Tarieven en heffingskortingen 2027

16 september 2026

De tarieven en heffingskortingen in de inkomstenbelasting zien er als volgt uit.

Lees meer

Aanpassingen ondernemingen

16 september 2026

Afschaffen startersaftrek

De startersaftrek is een regeling in de inkomstenbelasting waardoor een

Lees meer

Wijzigingen auto

16 september 2026

Youngtimerregeling

Het kabinet bouwt de youngtimerregeling geleidelijker af, zodat autobedrijven en

Lees meer