Alsnog aftrek voorbelasting op tijdstip ingebruikneming?

Ondernemers kunnen de omzetbelasting die andere ondernemers in rekening hebben gebracht in aftrek brengen

Lees meer

Alsnog aftrek voorbelasting op tijdstip ingebruikneming?

1 april 2021

Ondernemers kunnen de omzetbelasting die andere ondernemers in rekening hebben gebracht in aftrek brengen als zij de afgenomen goederen of diensten voor btw-belaste prestaties gebruiken. De aftrek van voorbelasting vindt plaats in de aangifte over het tijdvak waarin de goederen geleverd of de diensten verricht zijn. De vraag in een procedure voor de Hoge Raad was of voorbelasting die niet in aftrek is gebracht in het tijdvak van de levering alsnog in aftrek kan worden gebracht.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is dat mogelijk met behulp van de herzieningsregeling. De herzieningsregeling houdt in dat als op het tijdstip, waarop de ondernemer goederen en diensten gaat gebruiken, blijkt dat te veel of te weinig belasting in aftrek is gebracht ten opzichte van het werkelijke gebruik, de ondernemer de te veel afgetrokken belasting verschuldigd wordt. Te weinig afgetrokken belasting wordt op verzoek aan de ondernemer teruggegeven.Het hof is van oordeel dat de herzieningsregeling niet beperkt is tot het geval waarin bij ingebruikneming van goederen het werkelijke gebruik afwijkt van de bestemming. Het werkelijke gebruik is volgens het hof bepalend voor het recht op aftrek. Pas bij de ingebruikneming ontstaat voldoende duidelijkheid over het werkelijke gebruik. In cassatie voerde de staatssecretaris aan dat de herzieningsregeling niet bedoeld is om alsnog aftrek te verlenen van de omzetbelasting die de ondernemer niet bij de aangifte over het tijdvak van levering in aftrek heeft gebracht. De procedure heeft betrekking op twee percelen grond, die zijn aangekocht met als bestemming belast gebruik. Omdat de aanvankelijke bestemming overeenstemt met het werkelijke gebruik bij de ingebruikneming van de percelen wordt volgens de staatssecretaris aan herziening niet toegekomen.

De vraag in de procedure in cassatie is of de visie van het hof ten aanzien van de toepassing van de herzieningsregeling juist is. Volgens de Hoge Raad is het antwoord op die vraag uit de tekst van de btw-richtlijn 2006 niet duidelijk af te leiden. De rechtspraak van het Hof van Justitie EU lijkt een ruime uitleg van de herzieningsregeling toe te staan waarbij voor de uiteindelijke omvang van de aftrek uitgangspunt is dat het werkelijke gebruik van de goederen en de diensten doorslaggevend is en niet het voorgenomen gebruik. In ieder geval heeft het Hof van Justitie EU niet uitdrukkelijk uitgesloten dat de herzieningsregeling wordt gebruikt om aanvankelijk verzuimde aftrek van voorbelasting alsnog mogelijk te maken. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie EU over de toepassing van de herzieningsregeling.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR2021455, 19/01427 | 25-03-2021

Het laatste nieuws

Vrijstelling van btw bij doorbelasting aansprakelijkheidsverzekering

13 juni 2024

Een ziekenhuis berekent een deel van de aansprakelijkheidsverzekering door aan medisch specialisten. De

Lees meer

Rente over bijgeschreven rente eigenwoningschuld is niet aftrekbaar

13 juni 2024

De betaalde rente en kosten van de eigenwoningschuld zijn aftrekbaar. Ook rente, die niet is betaald maar

Lees meer

Geen fictieve verkrijging op grond van verrekenbeding

13 juni 2024

De Successiewet kent een aantal fictieve erfrechtelijke verkrijgingen. Een van deze verkrijgingen betreft

Lees meer

Recht op aftrek btw op draagconstructie woning en op zonnepanelen bij verhuur woning?

13 juni 2024

Een ondernemer voor de omzetbelasting heeft twee woningen laten bouwen. De ene is bestemd als eigen

Lees meer