Beslag OM op banktegoeden

De rendementsgrondslag voor box 3 van de inkomstenbelasting is de waarde van de bezittingen verminderd

Lees meer

Beslag OM op banktegoeden

10 september 2020

De rendementsgrondslag voor box 3 van de inkomstenbelasting is de waarde van de bezittingen verminderd met de schulden. Schulden zijn verplichtingen met waarde in het economisch verkeer. De beoordeling of sprake is van een schuld vindt plaats naar de feitelijke situatie op de peildatum, 1 januari van een kalenderjaar.

De officier van justitie legde in 2016 beslag op de buitenlandse banktegoeden van een belastingplichtige in verband met verdenking van witwassen. De vraag in een procedure voor de rechtbank was of de Belastingdienst bij de berekening van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in een reeks van jaren terecht geen rekening heeft gehouden met een aan het beslag ten grondslag liggende vordering. Volgens de Belastingdienst was er op de peildata voor de grondslag van box 3 geen schuld. Er was geen veroordelend vonnis en dus geen verbeurdverklaring of ontnemingsmaatregel opgelegd door de strafrechter.

Onder verwijzing naar arresten van de Hoge Raad uit 1952 en 1993 waarin (nog) geen sprake was van een veroordelend vonnis, oordeelde de rechtbank dat de belastingplichtige het bestaan van een schuld op de peildata van alle betreffende jaren aannemelijk heeft gemaakt. De verdenking van witwassen leidt bij vervolging in het algemeen tot een betalingsverplichting. De beslaglegging is op zichzelf niet maatgevend en vormt geen verplichting of waardeverminderende factor, maar geeft wel een aanwijzing voor het bestaan van een verplichting. Een schuld in box 3 kan in aanmerking worden genomen zonder dat een rechter zich over de omvang en/of de afdwingbaarheid daarvan heeft uitgelaten.

De belanghebbende meende dat de schuld 90% van de totale buitenlandse banktegoeden bedroeg, omdat in slechts 10% van de door het Openbaar Ministerie aangebrachte zaken een vrijspraak volgt. De rechtbank accepteerde deze waardering niet, omdat onduidelijk was of de zaak van de belanghebbende door het Openbaar Ministerie zal worden aangebracht. De Belastingdienst had zich over de waardering van de schuld verder niet uitgelaten. De rechtbank stelde de hoogte van deze schuld vast op 10% van de buitenlandse banktegoeden.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBNNE20202821, LEE 19/3871, 20/529 en 20/530 | 20-07-2020

Het laatste nieuws

Geen aftrek voor fiscale eenheid omdat onderneming deelneming al was beëindigd bij voeging

26 februari 2026

Een bv houdt een deelneming in een op Isle of Man gevestigde Ltd die een jacht verhuurt. De Ltd wordt

Lees meer

Bezitseis BOR geldt per aandelenpakket afzonderlijk

26 februari 2026

Een echtpaar houdt sinds 1986 respectievelijk 51% en 49% van de aandelen in een holding. Tussen hen

Lees meer

Forfaitaire rendementen banktegoeden en schulden 2025

26 februari 2026

De staatssecretaris van Financiën heeft de forfaitaire rendementspercentages in box 3 voor banktegoeden

Lees meer

Collectieve uitspraak massaal bezwaar belastingrente

26 februari 2026

Onlangs heeft de inspecteur van de Belastingdienst collectief uitspraak gedaan op de bezwaren die vallen

Lees meer