Bedrijfsopvolgingsregeling na overname onderneming

De Successiewet bevat een bijzondere regeling voor de overdracht van ondernemingsvermogen. Deze zogeheten

Lees meer

Bedrijfsopvolgingsregeling na overname onderneming

4 juni 2020

De Successiewet bevat een bijzondere regeling voor de overdracht van ondernemingsvermogen. Deze zogeheten bedrijfsopvolgingsregeling geldt ook voor aandelen in een vennootschap die bij de schenker of de erflater tot een aanmerkelijk belang behoren. De regeling houdt in dat de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen is vrijgesteld tot een bedrag van ruim € 1,1 miljoen. Voor zover de waarde hoger is, geldt voor het meerdere een vrijstelling van 83%. De toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling op aandelen is beperkt tot de waarde van de door de vennootschap gedreven objectieve onderneming. Dat kan ook een gedeelte van een onderneming zijn. De vennootschap dient in het geval van schenking van aandelen de onderneming gedurende vijf jaar voorafgaand aan de schenking te hebben gedreven.

Volgens de Hoge Raad zijn in de parlementaire geschiedenis van de bedrijfsopvolgingsregeling geen aanknopingspunten te vinden voor de aanname dat de wetgever het begrip ‘gedeelte van een onderneming’ anders heeft willen uitleggen dan voor de heffing van inkomstenbelasting. Uit jurisprudentie voor de inkomstenbelasting volgt dat daarmee wordt bedoeld een evenredig deel van een objectieve onderneming, zoals een firma- of maatschapsaandeel, of een gedeelte dat een zekere zelfstandigheid bezit en naar zijn aard een zelfstandig bedrijf kan vormen.

Voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling is niet van belang hoe het vermogen van die onderneming in de loop van de tijd aan zijn samenstelling ten tijde van de verkrijging is geraakt. Er hoeft niet te worden onderzocht of en in hoeverre in het ondernemingsvermogen gedeelten van ondernemingen zijn te onderscheiden. De toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling wordt niet verhinderd door de omstandigheid dat een deel van het ondernemingsvermogen is verkregen in de vijf jaar voorafgaande aan de verkrijging, ook niet als dat deel destijds een zelfstandige onderneming was. De Hoge Raad heeft een andersluidende uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland vernietigd. De rechtbank had vastgesteld dat de verkregen onderneming was opgegaan in de onderneming die de vennootschap al langer dan vijf jaar dreef.

De Hoge Raad merkt op dat de uitkomst anders kan zijn als de vennootschap waarvan aandelen worden geschonken meerdere objectieve ondernemingen drijft. Wanneer een van die ondernemingen binnen vijf jaar voor de schenking is verkregen, dan geldt de bedrijfsopvolgingsregeling voor dat gedeelte van het ondernemingsvermogen niet.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR2020867, 19/01680; ECLINLHR2020993 | 04-06-2020

Het laatste nieuws

Poolse klusjesman heeft vaste inrichting in Nederland

11 juni 2026

Een Poolse ondernemer exploiteert een klusbedrijf en verricht renovatie-, stukadoors- en schilderwerk in

Lees meer

Navordering na geautomatiseerde aanslag terecht

11 juni 2026

Een vrouw woont in 2019 en 2020 in Italië en ontvangt in die jaren een Ziektewet-uitkering van het UWV.

Lees meer

Boete vervalt door strafrechtelijke vrijspraak, navordering niet

11 juni 2026

Een recyclingbedrijf betaalt in 2017 ruim € 1 miljoen aan twee bv’s voor de levering van

Lees meer

Rechtbank adviseert klacht tegen UWV wegens te lage loonheffing

11 juni 2026

Een man ontvangt een aanzienlijke nabetaling van het UWV. De rechtbank concludeert dat de man de

Lees meer